Geschiedenis

Over de geschiedenis van iconen is al veel geschreven. Ik wil me hier dan ook beperken tot het schetsen van hoofdlijnen. Voor meer uitgebreide informatie kunt u kijken bij de geraadpleegde literatuur of de opgenomen linkjes aanklikken.

De eerste christenen

Al in de klassieke oudheid genoten beelden van goden en helden een zekere verering. Maar Joden en eerste christenen beschouwden het maken van beelden als afgoderij. Het was in hun ogen 'heidens' en in het 2e gebod van de Tien Geboden wordt het zelfs expliciet verboden. Het christendom is vooral een geloof dat geuit wordt in woord en schrift. Daarbij spelen symbolen een rol, zoals vissen, druivenranken, palmtakken en vogels. De ingewijden van het, aanvankelijk verboden, nieuwe geloof wisten precies wat de betekenis van dergelijke symbolen was. Deze symbolen werden gaandeweg wel afgebeeld.

In de 2e eeuw verschijnen de eerste christelijke beelden in de onderaardse begraafplaatsen, de catacomben, in Rome. Op wanden en plafonds van de onderaardse grafkamers, en ook op sarcofagen, worden schilderingen aangebracht die verband houden met de hoop op verlossing, op een leven na de dood. ‘Jonas in de walvis’, ‘Lazarus’ en ‘Daniël in de leeuwenkuil’ worden veelvuldig afgebeeld, evenals Christus als de ‘Goede Herder’.

De schilderingen waren dus veelal symbolisch of allegorisch van aard. Bijzonder is dat in Dura Europos (Syrië) in 1930, naast een synagoge en een heiligdom dat aan Mihtras was gewijd, een compleet (huis)kerkje is opgegraven, alle daterend van vóór 256, toen de stad door de Parthen werd verwoest. Het kerkje is gedecoreerd met Bijbelse muurschilderingen, waaronder de oudst bekende afbeelding van Christus (het wonder van de genezing van een lamme).

Geleidelijk aan worden ook steeds meer van oorsprong heidense symbolen in de christelijke beeldtaal overgenomen, tot groot ongenoegen van het kerkelijk gezag. Dit leidt bij het concilie van Evira in 306 tot een verbod op het vervaardigen en vereren of aanbidden van beelden.

Keizer Constantijn

In 313 geeft keizer Constantijn de christenen godsdienstvrijheid (Tolerantie Edict), wat tot een grote opleving van de christelijke kunst leidt. Het vereren van relieken en het maken van pelgrimstochten raken in zwang. En in navolging van de keizerlijke cultus worden kerken gebouwd in de vorm van de keizerlijke basilica, met in de de apsis schilderingen en iconen van Christus, in navolging van afbeeldingen van de keizer. Zoals de keizer door zijn beeltenis in de basilica werd vertegenwoordigd, was Christus in de kerken aanwezig door zijn afbeelding. De kledij van de keizer, de purperen mantel, wordt een teken van de goddelijke waardigheid van Christus. Verder worden de kerken versierd met afbeeldingen van engelen en van Maria, de moeder van Christus.

Keizer Constantijn verplaatst de hoofdstad van zijn rijk, Rome, naar het meer centraal gelegen Byzantium, dat voortaan ‘Constantinopel’ wordt genoemd. De keizer streeft eenheid na in zijn rijk, en meent bij conflicten in de jonge kerk te moeten ingrijpen. Daarom roept Constantijn in 325 het concilie van Nicea bijeen, dat hij als keizer voorzit. Bij dit concilie wordt de eerste geloofsbelijdenis vastgesteld.

Tijdens de regering van keizer Theodosius I (379-395) wordt het christendom staatsgodsdienst. Alle onderdanen worden verplicht lid te worden van deze kerk.

Bij het concilie van Constantinopel in 381 wordt de Drieëenheid van Vader, Zoon én Heilige Geest gedefinieerd, hetgeen veel invloed op de thematiek van de iconenschilders heeft gehad.

In 395, na de dood van keizer Theodosius, wordt het grote Romeinse rijk in tweeën gesplitst, een Oost-Romeins deel met Constantinopel als hoofdstad, en een West-Romeins deel met Rome als hoofdstad. Het West-Romeinse rijk raakt in verval (o.a. door de volksverhuizingen), maar het Oost-Romeinse rijk, het Byzantijnse rijk, maakt een grote bloei door.

Het concilie van Efese in 431 is belangrijk voor de ontwikkeling van de christelijke ikonografie , omdat daarbij wordt bepaald dat Maria als de ‘Moeder van God’ kan worden beschouwd (Theotokos).

De Byzantijnse kunst bereikt een hoogtepunt onder keizer Justinianus I (527-565), die in Constantinopel de Hagia Sofia laat bouwen. Het is het grootste en meest indrukwekkende kerkgebouw van het hele rijk, versierd met talloze mozaïeken.

Iconoclasme

Wanneer in de 7e eeuw de islam opkomt en de aanhangers daarvan trachten omliggende gebieden te veroveren, en veel christenen hun hoop gevestigd hebben op de op iconen afgebeelde heiligen, beseffen de Byzantijnse keizer en veel kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders dat het niet voldoende zal zijn iconen en beelden van heiligen te vereren als bescherming tegen de invallers.

Het lukt keizer Leo III (717-741) weliswaar in 717 om een Arabische oorlogsvloot te vernietigen, maar zou het niet zo kunnen zijn dat God zijn handen van af zal trekken van een volk dat beelden vereert? De keizer laat een beroemde Christusicoon verwijderen van de poorten van het paleis en hij vaardigt in 730 een edict uit dat iconen verbiedt. Zo ontstaat in 726 het iconoclasme (beeldenstrijd). De tegenstand van iconenvereerders (iconodulen) is heel groot, zodat er tot 843 (met een onderbreking van 787 tot 810) sprake is van een iconenstrijd, welke bij de synode in 843, onder keizerin Theodora, wordt beslecht ten gunste van de iconenvereerders. Deze iconenstrijd heeft ervoor gezorgd dat er verhoudingsgewijs weinig iconen van vóór 843 bewaard zijn gebleven.

Er is een icoon die volgens de legende met de beeldenstrijd in verband kan worden gebracht. Dat is de icoon van de 'Moeder Gods met de Drie Handen'.

De legende verhaalt dat de monnik en latere kerkvader Johannes van Damascus, die in de 8e eeuw leefde, een drietal geschriften tegen de iconoclasten het licht deed zien (Apologetische verhandelingen tegen degenen die de Heilige Afbeeldingen ontkennen). In reactie hierop liet de keizer, als straf, zijn rechterhand afhakken, opdat hij niet meer zou kunnen schrijven. Daarop bad Johannes tot een icoon van de Moeder Gods van Jeruzalem, die tijdens zijn slaap zijn hand weer liet aangroeien. Als dank schonk Johannes de Moeder Gods Jerusalimskaja een zilveren votiefhand, die op de icoon werd vastgemaakt. In later tijden wordt deze 'derde hand' op de iconen van dit type geschilderd. Vandaar de naam 'Moeder Gods met de drie handen'.

Rusland

Vanaf de 8e eeuw breidt het christelijk geloof zich uit naar de Slavische volken in het oosten. Heel belangrijk voor de kerstening van Rusland is vorst Vladimir van Kiev (956-1015) geweest. Deze wilde één godsdienst in zijn rijk, en daarom 'het ware geloof' vinden voor zijn onderdanen. Hij heeft gezanten gestuurd, o.a. naar Rome en Constantinopel, om verschillende godsdiensten te onderzoeken en na te gaan welk geloof het beste bij Rusland zou passen. De gezanten menen dit in Constantinopel, in de Hagia Sofia, gevonden te hebben: een monotheïstische godsdienst, gekenmerkt door schoonheid. De grootvorst kiest daarop voor het christendom en laat zichzelf in Chersonesos (Korsun) en zijn onderdanen in de Dnjepr dopen. (Vladimir is later door de orthodoxe kerk heilig verklaard. Hij wordt op iconen vaak afgebeeld met zijn zonen Boris en Gleb, die eveneens heilige zijn verklaard)

Bij het christelijke geloof uit Constantinopel horen kruiskoepelkerken, gebouwd door Griekse bouwmeesters, en iconen. Russische schilders worden opgeleid door Byzantijnse iconenschilders. En zo ontstaan er in Rusland belangrijke iconenscholen, bijvoorbeeld in Kiev en Novgorod, die, hoewel de Byzantijnse vorm en taal worden overgenomen, geleidelijk aan een eigen stijl ontwikkelen.

Aanvankelijk zijn de inscripties op iconen in het Grieks, maar geleidelijk aan wordt daarvoor het Kerkslavisch gebruikt. Uitzondering hierop vormen de aanduidingen IC XC (Christus), de letters 'O ? ? in de kruisnimbus van Christus, en ?? ?? (Moeder Gods).

Scheuring van het Romeinse rijk en de kerk

Intussen is er al eeuwenlang een sluipend proces gaande, waarbij Oost en West steeds verder van elkaar verwijderd raken. Verschil in taal en cultuur (Grieks vs. Latijn), gebrek aan communicatie en verschil in politieke situatie dragen daaraan bij. Dit had in 395 al geleid tot een verdeling in een Oost en een West Romeins rijk. Maar in 1054 zet deze scheuring zich ook voort in de kerk. Afwijkende opvattingen over theologie, liturgie en kerkelijke leer leiden tot vervreemding. Een van de voornaamste strijdpunten is de zogenaamde 'filioque-doctrine'.

Impressie van de val van Constantinopel in 1054

Moskou

In 1453 komt Contantinopel onder Turks bewind en met de val van Contantinopel komt er een eind aan het christelijke Byzantijnse Rijk. De vorst en de metropoliet van Moskou verklaren zich onafhankelijk van de keizer en de grote tijd voor Moskou breekt aan. Bekende iconenschilders uit deze periode zijn: Andrej Rublev, Theofanes de Griek (Feofan Grek) en Dionysius de Wijze (Dionisij). Er zijn een aantal iconen van hun hand bewaard gebelven, zoals de Oudtestamentische Triniteit van Rublev

In het westen komt de kunst onder invloed van de Italiaanse renaissance, in het oosten ontstaat een nieuw machtscentrum, Moskou, dat de eretitel 'het Derde Rome' krijgt. De metropoliet van Kiev heeft er zich sinds het begin van de 14e eeuw gevestigd en Moskou maakt een grote bloei door. In 1547 wordt een groot deel van de stad door brand verwoest, en veel iconen gaan verloren. Iconenschilders uit Novgorod en Pskov trekken vervolgens naar Moskou en er ontstaat een vermenging van schilderstijlen. In 1654 voert de patriarch van Moskou een kerkhervorming door. De Oudgelovigen, die zich niet kunnen verenigen met de meer westerse vernieuwingen, komen hier tegen in verzet. Op het gebied van de icoonschilderkunst, waar zich ook een nieuwe, meer realistische stijl heeft ontwikkeld, wordt eveneens heftig gereageerd. Omstreeks 1750 scheidt deze conservatieve groep zich af, hetgeen leidt tot het ontstaan van nieuwe schilderscholen, zoals in Choluj, Mstera en Palech, waar de traditionele schilderkunst in ere wordt gehouden.Oude iconen worden daar verzameld en gerestaureerd, om deze vervolgens weer te kopiëren. (In 1971 hebben de Oudgelovigen en de Russisch Orthodoxe kerk zich met elkaar verzoend)

Door oorlogen, branden, de oktoberrevolutie van 1917 en de verwoestingen tijdens de Tweede Wereldoorlog, zijn in de loop der tijden veel oude Russische iconen verloren gegaan.

Griekenland

Bij de Turkse veroveringen in de 15e eeuw zijn veel iconenschilders uit het Byzantijnse rijk en Constantinopel naar Kreta gevlucht, dat onder Venetiaanse heerschappij stond. De icoonschilderkunst die zich daar ontwikkelt, de zogenaamde Kretenzische school, wordt gekenmerkt door westerse, naturalistische elementen en beïnvloedt op haar beurt weer de schilders in de kloosters van de berg Athos. Tot op de dag van vandaag wordt daar de traditie in ere gehouden, evenals op de Balkan, waar ook nog steeds op aloude wijze iconen worden vervaardigd.

Meer informatie over iconenschilders